Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,62 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 7,62 (6% inclusief btw)
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Pijn van gastro-intestinale oorsprong is geen indicatie voor natriumnaproxen. Aleve mag niet samen met NSAID worden gebruikt, met inbegrip van selectieve COX 2-remmers. De ontwikkeling van bijwerkingen kan tot een minimum worden beperkt door de minimale effectieve dosis aan te wenden gedurende de kortst mogelijke duur om de symptomen onder controle te houden (zie rubriek 4.2: "Dosering en wijze van toediening" en gastro-intestinale en cardiovasculaire risico's hieronder). Gastro-intestinale ulceratie, bloedingen en perforatie Met alle NSAID, met inbegrip van Aleve, zijn er meldingen geweest van gastro-intestinale bloedingen, ulceraties en perforaties die fataal kunnen zijn. Die symptomen kunnen op elk moment van de behandeling optreden, met of zonder waarschuwingstekens of ernstige gastro-intestinale bijwerkingen in de voorgeschiedenis. De studies tot dusfar hebben niet kunnen aantonen dat bepaalde patiënten geen risico lopen op de ontwikkeling van een ulcus of bloeding van het maag-darmkanaal. Oudere mensen vertonen vaker bijwerkingen met NSAID, vooral gastro-intestinale perforaties en bloedingen die fataal kunnen zijn (zie rubriek 4.2 : "Dosering en wijze van toediening"). Patiënten met een mentale handicap lijken de ulcera en de bloedingen minder goed te verdragen dan de andere patiënten. De meeste fatale gastro-intestinale verwikkelingen van NSAID deden zich voor in die patiëntenpopulatie. Het risico op gastro-intestinale bloedingen, ulceraties of perforaties is het grootst bij verhoging van de dosis van NSAID, bij patiënten met een voorgeschiedenis van ulcera, vooral als die werden gecompliceerd met bloedingen en perforaties (zie rubriek 4.3 : "Contra-indicaties") en bij ouderen. Die patiënten moeten de behandeling met een zo laag mogelijke dosis starten. Bij die patiënten moet worden overwogen om de behandeling te combineren met beschermende middelen (zoals misoprostol, protonpompremmers), evenals bij patiënten die ook een lage dosis acetylsalicylzuur nodig hebben of andere producten die het risico op gastro-intestinale problemen kunnen verhogen (zie hieronder en rubriek 4.5 : "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie"). Voorzichtigheid is geboden bij toediening van NSAID aan patiënten met een voorgeschiedenis van inflammatoire darmziekten (colitis ulcerosa, ziekte van Crohn), aangezien hun toestand kan verergeren (zie rubriek 4.8: "Bijwerkingen"). Patiënten met een voorgeschiedenis van gastro-intestinale bijwerkingen en met name ouderen moeten elk ongewoon gastro-intestinaal symptoom melden (vooral gastro-intestinale bloedingen), vooral in de eerste stadia van de behandeling. Als een patiënt die Aleve inneemt, een gastro-intestinale perforatie of bloeding vertoont, moet de behandeling worden stopgezet. Bij patiënten met antecedenten van maag-darmlijden moet Aleve onder nauwgezet toezicht worden toegediend. Open studies bij patiënten met reumatoïde artritis en een ernstige maag-darmdysfunctie en/of die andere frequent gebruikte NSAID niet verdroegen, hebben uitgewezen dat natriumnaproxen doorgaans goed wordt verdragen. In klinische studies was het aantal patiënten dat gastro-intestinale symptomen ontwikkelde met natriumnaproxen lager dan met andere vormen van naproxen. Het aantal patiënten dat de studie vroegtijdig verliet wegens gastro-intestinale bijwerkingen, was lager met natriumnaproxen. Zoals met andere NSAID kunnen de incidentie en de ernst van de maag-darmverwikkelingen toenemen met de dosis en de duur van behandeling met natriumnaproxen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die andere geneesmiddelen innemen die het risico op ulceraties of bloedingen kunnen verhogen, zoals corticosteroïden, anticoagulantia zoals warfarine, selectieve serotonineheropnameremmers of plaatjesremmers zoals acetylsalicylzuur (zie rubriek 4.5: "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie"). Voorzorgen bij ouderen Oudere personen vertonen vaker bijwerkingen met NSAID, vooral gastro-intestinale perforaties en bloedingen die fataal kunnen zijn. Bij ouderen is de klaring verminderd. Het verdient aanbeveling om een gamma met een lagere dosis te gebruiken (zie rubriek 4.2: "Dosering en wijze van toediening"). Huidreacties Zeer zelden is melding gemaakt van ernstige huidreacties die fataal kunnen zijn, zoals exfoliatieve dermatitis, het syndroom van Stevens-Johnson (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) en het syndroom van Lyell, bij gebruik van NSAID (zie rubriek 4.8: "Bijwerkingen"). Het risico lijkt hoger in het begin van de behandeling, de reacties treden meestal op in de loop van de eerste behandelingsmaand. Aleve moet worden stopgezet bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosaletsels, SJS, TEN, DRESS of enig ander teken van overgevoeligheid. Anafylactische (anafylactoïde) reacties Overgevoeligheidsreacties kunnen optreden bij gevoelige personen. Anafylactische (anafylactoïde) reacties kunnen optreden bij patiënten met of zonder antecedenten van overgevoeligheid bij toediening van aspirine, andere NSAID of producten die naproxen bevatten. Dergelijke reacties kunnen ook optreden bij patiënten met antecedenten van Quincke-oedeem, bronchospastische reactiviteit (bijv. astma), rinitis en neuspoliepen. Dit is ook van toepassing op patiënten die allergische reacties vertonen (bijv. huidreacties, jeuk, urticaria) op naproxen of andere NSAID. Anafylactoïde reacties, evenals anafylaxie, kunnen fataal aflopen. Een bronchospasme kan worden uitgelokt bij patiënten met antecedenten van astma of een allergische aandoening of overgevoeligheid voor aspirine. Effecten op de nieren Gevallen van verminderde nierfunctie, nierinsufficiëntie, acute interstitiële nefritis, hematurie, proteïnurie, renale papilnecrose en af en toe nefrotisch syndroom werden beschreven met Aleve. Net zoals met andere NSAID is dus voorzichtigheid geboden bij gebruik van Aleve bij patiënten met een verminderde nierfunctie of antecedenten van nierlijden: naproxen remt immers de prostaglandinesynthese. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verminderd bloedvolume en/of verminderde doorbloeding van de nieren: de renale prostaglandines houden immers de nierdoorbloeding op peil. Bij die patiënten kan toediening van Aleve of andere NSAID de vorming van renale prostaglandines op dosisafhankelijke wijze verminderen, wat kan leiden tot acute nierdecompensatie of -insufficiëntie. Het hoogste risico lopen patiënten met een verminderde nierfunctie, hypovolemie, hartinsufficiëntie, leverfunctiestoornissen, zoutdepletie, patiënten die diuretica nemen, en bejaarden. Doorgaans zal de toestand van vóór de behandeling zich herstellen na stopzetting van de behandeling met Aleve. Bij dergelijke patiënten is dus grote voorzichtigheid geboden en wordt aanbevolen het serumcreatininegehalte en/of de creatinineklaring te monitoren bij toediening van Aleve. Eventueel kan de dagdosis worden verlaagd om het risico op overmatige accumulatie van metabolieten van naproxen bij deze patiënten te beperken. Het gebruik van Aleve wordt niet aanbevolen bij patiënten met een creatinineklaring van minder dan 20 ml/min. aangezien de metabolieten van naproxen zich bij dergelijke patiënten ophopen. Hemodialyse vermindert de plasmaconcentratie van naproxen niet gezien de hoge plasma-eiwitbinding. Indien patiënten tegelijkertijd met een NSAID en een angiotensine-II-receptorantagonist behandeld worden, is een regelmatige controle van de nierfunctie aangeraden bij bejaarden, bij patiënten met nierinsufficiëntie en in alle gevallen waar het plasmadebiet in de nieren is verminderd: dehydratatie, zoutdepletie, inname van diuretica en ernstige hartdecompensatie. Effecten op de lever Zoals met andere NSAID kunnen afwijkingen van één of meer leverfunctieproeven optreden. Die afwijkingen kunnen het gevolg zijn van een overgevoeligheid eerder dan van rechtstreekse toxiciteit. Ernstige leverreacties zoals geelzucht en hepatitis (enkele gevallen van fatale hepatitis) werden gerapporteerd met Aleve en met andere NSAID. Kruisreactiviteit werd gerapporteerd. Hematologie Naproxen vermindert de plaatjesaggegratie en verlengt de bloedingstijd. Daarmee moet rekening worden gehouden bij de meting van de bloedingstijd. Patiënten met stollingsstoornissen en patiënten die een behandeling krijgen die interfereert met de hemostase, moeten aandachtig worden gevolgd bij toediening van Aleve. Patiënten met een verhoogd risico op bloedingen en patiënten die worden behandeld met anticoagulantia (bijv. dicoumarolderivaten) kunnen een hoger risico lopen op bloedingen als tevens Aleve wordt toegediend. Antipyretische effecten De antipyretische en anti-inflammatoire werking van naproxen kan de koorts en de ontstekingsverschijnselen verminderen, waardoor deze hun diagnostische waarde verliezen. Steroïden Als de dosis steroïden wordt verlaagd of als de steroïden tijdens de behandeling worden stopgezet, dient dat traag te gebeuren. De patiënten moeten dan ook van dichtbij worden gevolgd om eventuele bijwerkingen, waaronder tekenen van bijnierschorsinsufficiëntie of verergering van de symptomen van artritis, op te sporen. Effecten op de ogen In de studies werden geen oogafwijkingen waargenomen die konden worden toegeschreven aan toediening van Aleve. In zeldzame gevallen werden afwijkingen zoals papillitis, retrobulbaire neuritis optica en papiloedeem gerapporteerd bij patiënten die NSAID gebruikten, waaronder Aleve, maar een oorzakelijk verband kon niet worden aangetoond. Bijgevolg moeten patiënten die gezichtsstoornissen ontwikkelen tijdens behandeling met Aleve een oogonderzoek ondergaan. Natrium Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Ophoping van vocht/zout bij cardiovasculaire aandoeningen en perifeer oedeem In de metabole studies werd geen natriumretentie gerapporteerd, maar het zou toch kunnen dat patiënten met een verminderde hartfunctie een hoger risico lopen bij inname van Aleve. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een voorgeschiedenis van hypertensie en/of hartinsufficiëntie, aangezien melding is gemaakt van vochtophoping en oedeem met NSAID. Bij sommige patiënten die Aleve of andere NSAID innamen, werd perifeer oedeem gezien. Cardiovasculaire en cerebrovasculaire effecten Patiënten met antecedenten van hypertensie en/of hartinsufficiëntie moeten goed worden gevolgd aangezien er gevallen zijn geweest van zout- en vochtretentie en oedeem bij de behandeling met NSAID. Uit klinische studies en epidemiologische gegevens is gebleken dat het gebruik van coxibs en bepaalde NSAID (vooral als ze langdurig en in een hoge dosis worden gebruikt) gepaard kan gaan met een lichte verhoging van het risico op arteriële trombose (zoals myocardinfarct of cerebrovasculair accident). Hoewel de gegevens erop wijzen dat het risico minder groot is voor naproxen (1000 mg per dag), kan het risico niet volledig worden uitgesloten. Er zijn onvoldoende gegevens betreffende de effecten van laaggedoseerd natriumnaproxen (220 mg – 660 mg dagelijks) om duidelijke conclusies te kunnen trekken in verband met mogelijke trombotische risico's. Patiënten met ongecontroleerde hypertensie, congestief hartfalen, ischemisch hartlijden, perifeer arterieel lijden en/of antecedenten van cerebrovasculaire accident mogen pas na een zorgvuldig onderzoek met naproxen worden behandeld. Voorzichtigheid is ook geboden voor een langetermijnbehandeling wordt gestart bij patiënten met risicofactoren voor cardiovasculaire aandoeningen (zoals hypertensie, hyperlipidemie, diabetes of roken). Naproxen kan de plaatjesremmende werking van acetylsalicylzuur verminderen. Als u een kuur met acetylsalicylzuur volgt en van plan bent om natriumnaproxen in te nemen, moet u dat aan uw arts melden (zie rubriek 4.5 : "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie"). Er zijn gevallen van Kounis-syndroom gerapporteerd bij patiënten die met naproxen zijn behandeld. Kounis-syndroom is gedefinieerd als cardiovasculaire symptomen die secundair zijn aan een allergische of hypersensitieve reactie, geassocieerd met vernauwing van de kransslagaders en potentieel leidend tot een myocardinfarct. Voorzorgen met betrekking tot vruchtbaarheid Er is enig bewijs dat geneesmiddelen die de cyclooxygenase / prostaglandine-synthese remmen de vrouwelijke vruchtbaarheid kunnen aantasten door een effect op de ovulatie. Dit is omkeerbaar bij het stoppen van de behandeling. Patiënten met de volgende additionele medische voorgeschiedenis kunnen natriumnaproxen enkel onder nauwlettend toezicht van hun arts gebruiken: - patiënten die andere analgetica gebruiken - patiënten die steroïden gebruiken - patiënten met coagulatiestoornissen of die geneesmiddelen gebruiken die de hemostase beïnvloeden - patiënten op intensieve diuretische therapie - patiënten met ernstige nier-, lever- of hartfunctiestoornissen Combinatie met andere NSAID Combinatie van Aleve met andere NSAID wordt niet aanbevolen gezien het cumulatieve risico op ernstige bijwerkingen veroorzaakt door NSAID.
Koorts en pijn
Welke stoffen zitten er in dit geneesmiddel?
De werkzame stof in dit geneesmiddel is natriumnaproxen.
De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn: polyvidon, microkristallijn cellulose, talk, magnesiumstearaat, gezuiverd water, opadry blue (E132).
Neem geen andere ontstekingsremmende middelen tegelijkertijd in met Aleve. Daaronder vallen:
acetylsalicylzuur (aspirine)
pyrazolderivaten
selectieve COX 2-remmers
corticosteroïden
Gelieve daarom ook uw arts of apotheker in te lichten als u geneesmiddelen gebruikt die tot de onderstaande geneesmiddelengroepen behoren:
orale hypoglykemiërende middelen of orale antidiabetica (geneesmiddelen die een teveel aan bloedsuiker behandelen)
orale anticoagulantia of ticlopidine (geneesmiddelen die de bloedstolling vertragen)
hydantoïnen (geneesmiddelen tegen epilepsie)
methotrexaat (in doseringen hoger dan 15 mg/week) of probenecid (Geneesmiddelen tegen jicht)
antihypertensiva (geneesmiddelen die een te hoge bloeddruk behandelen)
diuretica (geneesmiddelen die de productie van urine bevorderen)
zidovudine (geneesmiddel tegen hiv)
lithium (anti-depressivum)
ciclosporine (geneesmiddel gebruikt bij o.a. transplantaties)
antidepressiva (selectieve serotonineheropnameremmers)
Aspirine / Acetylsalicylzuur om bloedstolsels te voorkomen
Licht ook uw arts in over het gebruik van Aleve indien u
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
Ernstige bijwerkingen die zeer zelden worden waargenomen (kunnen optreden bij tot 1 op de 10.000 mensen) zijn :
Anafylactoïde reacties : ernstige allergische reacties te herkennen aan zwelling van de huid, kortademigheid, hartkloppingen en/of buikkrampen.
Hersenvliesontsteking ((aseptische) meningitis) : te herkennen aan hoge koorts, toenemende hoofdpijn, nekstijfheid en verwardheid.
Hepatitis (ontsteking aan de lever) : te herkennen aan vermoeidheid, lichte koorts, lusteloosheid, misselijkheid, huidaandoeningen (geelzucht (icterus)) en pijn in de onderbuik.
Toxische epidermale necrolyse (afsterving van de huid) : te herkennen aan blaren op de huid, vervelling van de huid en zwarte verkleuring van de huid. De ziekte van Lyell is een lichtere vorm hiervan.
Wanneer één van bovenvernoemde symptomen zich voordoen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van Aleve en contacteer uw arts.
Bijwerkingen die vaak optreden (kunnen optreden bij tot 1 op de 10 mensen) zijn:
Duizeligheid, hoofdpijn, lichthoofdigheid
Verstoorde spijsvertering (dyspepsie), misselijkheid, brandend gevoel in de maag, buikpijn
Bijwerkingen die soms worden waargenomen (kunnen optreden bij tot 1 op 100 mensen) zijn :
Slaperigheid, sufheid, slapeloosheid
Draaiduizeligheid (vertigo)
Constipatie, diarree, braken
Jeuk (pruritus), huiduitslag (exantheem), netelroos (urticaria)
Bijwerkingen die zelden worden waargenomen (kunnen optreden bij tot 1 op de 1000 mensen) zijn :
Zweren, bloedingen en/of perforatie, zwart bloed in de stoelgang, bloedbraken
Zwelling van de keel en het gezicht (Quincke-oedeem)
Nierinsufficiëntie
Rillingen en koorts
Vochtophoping (oedeem) in armen en/of benen
- Patiënten die overgevoelig zijn voor naproxen of natriumnaproxen, en patiënten die ooit een allergische reactie zoals urticaria, rhinitis, astma-aanval of neuspoliepen hebben vertoond bij inname van acetylsalicylzuur of een ander NSAI, moeten naproxen vermijden aangezien deze reacties een fatale afloop kunnen hebben. Bij dergelijke patiënten werden ernstige anafylactische reacties op naproxen gerapporteerd. (vanwege de kans op een kruisoverge-voeligheid).
- Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
- Patiënten met een creatinine klaring van minder dan 20ml/min
- Patiënten met gastro-intestinale perforaties of bloedingen of een voorgeschiedenis daarvan door vroeger gebruik van NSAI
- Patiënten met een ulcus of bloeding van het spijsverteringsstelsel of een voorgeschiedenis daarvan (minstens 2 bewezen episoden van bloeding of ulceratie),
- Patiënten met een congestieve of atrofische gastritis,
- Derde trimester van de zwangerschap.
- Ernstig hartfalen.
Het gebruik van Aleve bij kinderen van 2-12 jaar werd niet bestudeerd en wordt daarom niet aanbevolen
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap: Remming van de prostaglandinesynthese kan een negatief effect hebben op de zwangerschap en/of de ontwikkeling van het embryo of de foetus. Gegevens van epidemiologische studies wijzen op een toegenomen risico op miskraam en cardiovasculaire misvormingen en gastroschisis wanneer in het begin van zwangerschap prostaglandinesyntheseremmers worden ingenomen. Het absolute risico op cardiovasculaire misvormingen nam van minder dan 1% toe tot ongeveer 1,5%. Er wordt aangenomen dat het risico stijgt met de dosis en de duur van de behandeling. In dierenproeven is aangetoond dat de toediening van een prostaglandinesyntheseremmer leidt tot een toegenomen pre- en postimplantatieverlies en embryo-foetale lethaliteit. Bovendien zijn er hogere incidenties van verschillende misvormingen, waaronder cardiovasculaire, gerapporteerd bij dieren die tijdens de organogenetische periode een prostaglandinesyntheseremmer kregen toegediend. Vanaf de 20e week van de zwangerschap kan het gebruik van naproxen oligohydramnion veroorzaken als gevolg van nierfalen bij de foetus. Dit kan zich kort na aanvang van de behandeling voordoen en is gewoonlijk omkeerbaar wanneer met de behandeling wordt gestopt. Verder is er melding gemaakt van constrictie van de ductus arteriosus na behandeling in het tweede trimester, wat meestal verdween na stopzetting van de behandeling. Daarom mag naproxen tijdens het eerste en tweede trimester van de zwangerschap niet worden gegeven, tenzij het duidelijk nodig is. Als naproxen wordt gebruikt door een vrouw die zwanger probeert te worden, of in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap, moet de dosis zo laag mogelijk en de behandelingsduur zo kort mogelijk worden gehouden. Prenatale monitoring op oligohydramnion en constrictie van de ductus arteriosus moet worden overwogen na blootstelling aan Aleve gedurende enkele dagen vanaf de 20e week van de zwangerschap. Het gebruik van Aleve moet worden gestaakt als oligohydramnion of constrictie van de ductus aeteriosus wordt geconstateerd. In het laatste trimester van de zwangerschap kunnen alle prostaglandinesyntheseremmers de foetus blootstellen aan: - cardiopulmonale toxiciteit (premature constrictie/sluiting van de ductus arteriosus en pulmonale hypertensie); - nierinsufficiëntie, wat kan evolueren tot nierfalen met oligohydramnie (zie boven); de moeder en de neonatus op het eind van de zwangerschap aan: - mogelijke verlenging van de bloedingstijd, een antiaggregatie-effect dat zelfs bij erg lage doses kan optreden; - remming van de baarmoedercontracties, wat resulteert in uitgestelde of verlengde arbeid. Bijgevolg is Aleve gecontra-indiceerd tijdens het derde zwangerschapstrimester (zie ook rubriek 4.3: 'Contra-indicaties'). Borstvoeding: Naproxen gaat over in de moedermelk (ongeveer 1% van de plasmaconcentratie). Gezien de mogelijke bijwerkingen van geneesmiddelen die de prostaglandines inhiberen op pasgeborenen, is het gebruik ervan tijdens de periode dat de moeder borstvoeding geeft, af te raden. Vruchtbaarheid Zoals elke inhibitor van de cyclooxygenase/prostaglandine-synthese kan naproxen de vruchtbaarheid bij vrouwen verminderen en is het niet aangewezen bij vrouwen die zwanger willen worden. Bij vrouwen die moeilijk zwanger worden of bij wie naar de oorzaken van onvruchtbaarheid gezocht wordt, dient men het stopzetten van Aleve te overwegen. Het negatieve effect op de vruchtbaarheid van de vrouw is omkeerbaar bij het stopzetten van de behandeling (zie rubriek 4.4 : "Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik").
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 3001880 |
|---|---|
| Organisaties | Bayer |
| Merken | Bayer |
| Breedte | 60 mm |
| Lengte | 108 mm |
| Diepte | 20 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 24 |
| Actieve ingrediënten | naproxen natrium |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |