Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,50 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,46 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Suïcide/suïcidale gedachten of klinische verergering Depressie wordt geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidale gedachten, zelfverwonding en suïcide (suïcidegerelateerde gebeurtenissen). Dit risico blijft bestaan tot een significante remissie optreedt. Omdat mogelijk geen verbetering optreedt gedurende de eerste paar weken van de behandeling of langer, moeten patiënten zeer goed gevolgd worden tot een dergelijke verbetering wel optreedt. Uit algemene klinische ervaring blijkt dat het risico op suïcide in de vroege stadia van het herstel kan toenemen. Andere psychiatrische aandoeningen waarvoor Fluvoxamine EG wordt voorgeschreven kunnen ook geassocieerd worden met een toegenomen risico op suïcidegerelateerde gebeurtenissen. Bovendien kunnen deze aandoeningen comorbide zijn met majeure depressie. Dezelfde voorzorgsmaatregelen die in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met majeure depressie moeten daarom in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met andere psychiatrische aandoeningen. Patiënten met een voorgeschiedenis van suïcidegerelateerde gebeurtenissen of patiënten die voorafgaand aan het begin van de behandeling in significante mate suïcidale ideeën vertonen, lopen een groter risico op het ontwikkelen van suïcidale gedachten of suïcidepogingen en moeten tijdens de behandeling nauwgezet gevolgd worden. Jonge volwassenen (18-24 jaar) Een meta-analyse van placebogecontroleerde klinische onderzoeken naar antidepressiva bij volwassen patiënten met psychiatrische stoornissen wees op een toegenomen risico op suïcidaal gedrag bij gebruik van antidepressiva vergeleken met placebo bij patiënten jonger dan 25 jaar. Patiënten en in het bijzonder patiënten met een hoog risico, dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens de behandeling met deze geneesmiddelen, vooral in het begin van de behandeling en na dosisaanpassingen. Patiënten (en zorgverleners van patiënten) moeten op de hoogte worden gebracht van de noodzaak te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en ongewone gedragsveranderingen en onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze symptomen zich voordoen. Pediatrische patiënten Fluvoxamine EG dient niet te worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar, behalve bij patiënten met obsessieve compulsieve stoornissen. In klinische studies werden suïcidaal gedrag (zelfmoordpogingen en zelfmoordgedachten) en vijandigheid (voornamelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) vaker waargenomen bij kinderen en adolescenten die behandeld werden met antidepressiva dan bij degenen die behandeld werden met placebo. Indien niettemin, op grond van een klinische noodzaak, een besluit wordt genomen om te behandelen, dan dient de patiënt zorgvuldig gecontroleerd te worden op het optreden van suïcidale symptomen. Daarnaast ontbreken langetermijnveiligheidsgegevens bij kinderen en adolescenten over groei, maturatie en cognitieve en gedragsontwikkeling. Geriatrische patiënten De gegevens waarbij oudere personen met jongere personen worden vergeleken, wijzen niet op een klinisch significant verschil wat betreft de gebruikelijke dagelijkse doseringen. Toch moet de dosisverhoging bij ouderen langzamer gebeuren en moet de dosering altijd voorzichtig gebeuren. Nier- en leverfunctiestoornis Patiënten met lever- of nierinsufficiëntie moeten met een lage dosis beginnen en zorgvuldig worden opgevolgd. Behandeling met fluvoxamine werd in zeldzame gevallen geassocieerd met een verhoging van de leverenzymen, wat meestal gepaard ging met klinische symptomen. In zo'n geval moet de behandeling worden gestopt. Ontwenningsverschijnselen gezien bij het staken van de behandeling met fluvoxamine Bij het staken van de behandeling komen vaak ontwenningsverschijnselen voor, vooral als het staken plotseling gebeurt (zie rubriek 4.8). In klinische onderzoeken werden na het staken van de behandeling bijwerkingen waargenomen bij ongeveer 12% van de patiënten behandeld met fluvoxamine; deze incidentie is dezelfde als werd waargenomen bij patiënten behandeld met placebo. Het risico op ontwenningsverschijnselen kan afhangen van diverse factoren, zoals de duur en dosis van de behandeling en de snelheid waarmee de dosis wordt verlaagd. De meest gemelde symptomen, in combinatie met het staken van de behandeling includeren: duizeligheid, zintuiglijke stoornissen (waaronder paresthesie, gezichtsstoornissen en gevoel van elektrische schokken), slaapstoornissen (waaronder slapeloosheid en intense dromen), agitatie, prikkelbaarheid, verwardheid, emotionele instabiliteit, hoofdpijn, misselijkheid en/of braken en diarree, zweten en hartkloppingen, beven en angst (zie rubriek 4.8). Meestal zijn deze bijwerkingen licht tot matig van aard, maar bij sommige patiënten kunnen ze hevig zijn. Ze treden meestal op binnen de eerste dagen na het staken van de behandeling, maar in zeer zeldzame gevallen werden deze symptomen gemeld bij patiënten die per ongeluk een dosis waren vergeten. Deze symptomen zijn gewoonlijk zelfbeperkend en meestal verdwijnen ze vanzelf binnen de twee weken, hoewel ze bij sommige personen langer kunnen aanhouden (2-3 maanden of langer). Daarom wordt aangeraden om bij het staken van de behandeling fluvoxamine geleidelijk aan af te bouwen over een periode van verscheidene weken of maanden, afhankelijk van de noden van de patiënt (zie rubriek 4.2). Psychische stoornissen Fluvoxamine moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een voorgeschiedenis van manie/hypomanie. Fluvoxamine moet worden gestopt bij elke patiënt die manisch wordt. Acathisie/psychomotorische onrust Het gebruik van fluvoxamine is in verband gebracht met het ontwikkelen van acathisie, gekenmerkt door een subjectieve onaangename of uitputtende rusteloosheid en drang om te bewegen, vaak vergezeld met niet stil kunnen zitten of staan. Dit treedt het vaakst op in de eerste paar weken van de behandeling. Bij patiënten die deze symptomen ontwikkelen, kan het verhogen van de dosis schadelijk zijn. Zenuwstelselaandoeningen Hoewel dierproeven hebben aangetoond dat fluvoxamine geen eigenschappen heeft die tot convulsies kunnen leiden, is voorzichtigheid geboden in geval van toediening van het geneesmiddel bij patiënten met een voorgeschiedenis van convulsieve stoornissen. Fluvoxamine dient te worden vermeden bij patiënten met onstabiele epilepsie en patiënten met gecontroleerde epilepsie dienen zorgvuldig te worden gecontroleerd. Indien convulsies optreden of het aantal ervan verhoogt, dient de behandeling met fluvoxamine gestaakt te worden. In zeldzame gevallen werd ontwikkeling van een sertotoninesyndroom of reacties gelijkend op maligne neuroleptisch syndroom gemeld in verband met een behandeling met fluvoxamine, vooral wanneer gegeven in combinatie met andere serotonerge en/of neuroleptische geneesmiddelen of in combinatie met buprenorfine of buprenorfine/naloxon. Aangezien deze syndromen kunnen leiden tot potentieel levensbedreigende situaties, dient de behandeling met fluvoxamine te worden gestaakt indien dergelijke reacties (gekenmerkt door symptoomclusters zoals hyperthermie, stijfheid, myoclonie, autonome instabiliteit met mogelijk snelle schommelingen van de vitale functies, veranderingen van de mentale toestand waaronder verwarring, prikkelbaarheid, extreme agitatie evoluerend naar delirium en coma) optreden en een ondersteunende symptomatische behandeling dient te worden ingesteld. In uitzonderlijke omstandigheden kan linezolide (een antibioticum dat een reversibele, relatief zwakke niet-selectieve MAO-remmer is) gegeven worden in combinatie met fluvoxamine, mits er voorzieningen zijn voor een nauwlettende observatie en behandeling van symptomen van serotoninesyndroom en controle van de bloeddruk (zie rubriek 4.3 en 4.5). Als symptomen optreden, moeten artsen overwegen een van de middelen of beide middelen stop te zetten. Voedings- en stofwisselingsstoornissen Zoals het geval is met andere SSRI's werd hyponatriëmie zelden gerapporteerd en lijkt het reversibel te zijn eens de behandeling met flovuxamine wordt stopgezet. Sommige gevallen waren mogelijk te wijten aan het syndroom van ongepaste antidiuretische hormoonsecretie. De meeste meldingen hadden te maken met oudere patiënten. De glykemiecontrole kan verstoord zijn (d.w.z. hyperglykemie, hypoglykemie, afgenomen glucosetolerantie), vooral in de eerste fasen van de behandeling. Wanneer fluvoxamine wordt gegeven aan patiënten van wie bekend is dat ze diabetes mellitus hebben, kan het dus nodig zijn om de dosering van antidiabetica aan te passen. Oogaandoeningen Mydriase is gemeld als gevolg van SSRI's, zoals fluvoxamine. Daarom is voorzichtigheid geboden wanneer fluvoxamine wordt voorgeschreven aan patiënten met verhoogde intraoculaire druk of diegenen die het risico lopen op acuut nauwehoekglaucoom. Hematologische stoornissen De volgende hemorragische stoornissen werden gerapporteerd: gastro-intestinale bloeding, gynaecologische hemorragie, SSRI's kunnen het risico op postpartumbloeding verhogen (zie rubriek 4.6, 4.8) en andere cutane of muceuze bloedingen met SSRI's. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten die SSRI's innemen, in het bijzonder oudere patiënten en patiënten die gelijktijdig geneesmiddelen gebruiken waarvan bekend is dat ze de functie van de bloedplaatjes beïnvloeden (bv. atypische antipsychotica en fenothiazinen, de meeste tricyclische antidepressiva, acetylsalicylzuur, NSAID's) of geneesmiddelen die het risico op bloedingen verhogen, alsook bij patiënten met een voorgeschiedenis van bloedingen en bij diegenen die een aandoening hebben die een risicofactor vormt (bv. trombocytopenie of stollingsstoornissen). Hartaandoeningen Fluvoxamine mag niet worden toegediend samen met terfenadine, astemizol of cisapride daar de plasmaconcentraties kunnen verhogen wat leidt tot een verhoogd risico op een verlenging van het QT�interval/torsade de pointes. Bij gebrek aan klinische ervaring is speciale aandacht raadzaam in geval van post-acuut myocardinfarct. Dermatologische effecten Er is melding gemaakt van ernstige huidreacties, sommige met fatale afloop, waaronder erythema multiforme, stevens-johnsonsyndroom en toxische epidermale necrolyse, in combinatie met fluvoxamine (zie rubriek 4.8). De patiënten lijken het hoogste risico op dergelijke bijwerkingen te lopen in het begin van de behandeling. Als er huidreacties optreden, moet fluvoxamine onmiddellijk stopgezet worden en moet de patiënt van nabij opgevolgd worden. Elektroconvulsieve therapie (ECT) De klinische ervaring met gelijktijdige toediening van fluvoxamine en ECT is beperkt. Daarom is voorzichtigheid geboden. Seksuele disfunctie Selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's) kunnen symptomen van seksuele disfunctie veroorzaken (zie rubriek 4.8). Er zijn meldingen geweest van langdurige seksuele disfunctie waar de symptomen bleven aanhouden ondanks het staken van de behandeling met SSRI's. CYP2C19-remming Omdat clopidogrel gedeeltelijk door CYP2C19 tot zijn actieve metaboliet wordt gemetaboliseerd, kan verwacht worden dat gebruik van fluvoxamine, een CYP2C19-remmer, aanleiding geeft tot een lagere concentratie van de actieve metaboliet van clopidogrel. De klinische relevantie van deze wisselwerking is onduidelijk. Uit voorzorg wordt het gelijktijdig gebruik van fluvoxamine afgeraden (zie rubriek 4.5).
Welke stoffen zitten er in Fluvoxamine EG?
De werkzame stof in Fluvoxamine EG is fluvoxaminemaleaat.
Elke Fluvoxamine EG 100 mg tablet bevat 100 mg fluvoxaminemaleaat.
De andere stoffen in Fluvoxamine EG zijn:
maïszetmeel watervrij colloidaal siliciumdioxide gepregelatiniseerd zetmeel natriumstearylfumaraat mannitol macrogol 6000 talk titaandioxide (E 171) hypromellose
Gebruikt u nog andere geneesmiddelen?
Gebruikt u naast Fluvoxamine EG nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt ook voor kruidengeneesmiddelen of geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft.
U mag het kruidenpreparaat sint-janskruid niet beginnen in te nemen terwijl u met Fluvoxamine EG wordt behandeld, aangezien dit tot een toename van bijwerkingen kan leiden. Als u al sint-janskruid inneemt wanneer u een behandeling met Fluvoxamine EG begint, stop dan de inname van sint-janskruid en vertel het uw arts bij uw volgende bezoek.
Als u tijdens de laatste twee weken een geneesmiddel heeft ingenomen om depressie of angst te behandelen, of als u aan schizofrenie lijdt, raadpleeg dan uw arts of apotheker.
Uw arts of apotheker zal controleren of u andere geneesmiddelen inneemt om uw depressie of andere gerelateerde psychotische aandoeningen te behandelen; dat kunnen zijn:
benzodiazepines tricyclische antidepressiva neuroleptica of antipsychotica lithium tryptofaan monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers), zoals moclobemide pimozide selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's), zoals citalopram
Uw arts zal u vertellen of het voor u veilig is om Fluvoxamine EG beginnen in te nemen.
U moet uw arts of apotheker ook vertellen als u een van de hieronder vermelde geneesmiddelen heeft ingenomen:
aspirine (acetylsalicylzuur) of aspirineachtige geneesmiddelen, die gebruikt worden om pijn en ontstekingen (artritis) te behandelen ciclosporine, dat gebruikt wordt om de werking van het immuunsysteem te verminderen methadon, dat gebruikt wordt om pijn en ontwenningsverschijnselen te behandelen mexiletine, dat gebruikt wordt om hartritmestoornissen te behandelen fenytoïne of carbamazepine, die gebruikt worden om epilepsie te behandelen propranolol, dat gebruikt wordt om een hoge bloeddruk en hartaandoeningen te behandelen ropinirol, voor de ziekte van Parkinson een 'triptan', dat gebruikt wordt om migraine te behandelen, zoals sumatriptan terfenadine, dat gebruikt wordt om allergieën te behandelen. Fluvoxamine EG mag niet samen met terfenadine worden ingenomen. sildenafil, dat gebruikt wordt om erectiestoornissen te behandelen teofylline, dat gebruikt wordt om astma en bronchitis te behandelen tramadol, een pijnstiller buprenorfine of buprenorfine/naloxon clopidogrel, warfarine, nicoumalone of een ander geneesmiddel dat gebruikt wordt om bloedklonters te voorkomen
Als u momenteel een van de geneesmiddelen in de hierboven vermelde lijst inneemt of kort geleden heeft ingenomen en u heeft die nog niet met uw arts besproken, raadpleeg dan opnieuw uw arts en vraag wat u moet doen. Het is mogelijk dat uw dosis moet worden gewijzigd of dat u een ander geneesmiddel moet krijgen.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
De volgende bijwerkingen zijn gemeld:
Bijwerkingen die verband houden met dit type geneesmiddel
Af en toe kunnen zelfmoordgedachten of zelfverwonding voorkomen of erger worden tijdens de eerste paar weken van een behandeling met Fluvoxamine EG, tot het antidepressieve effect begint te werken.
Vertel het uw arts meteen als u kwellende gedachten of ervaringen heeft.
Als u diverse symptomen tegelijkertijd heeft, is het mogelijk dat u een van de volgende zeldzame aandoeningen heeft:
Serotoninesyndroom: als u zweet, stijve spieren of spasmen heeft, instabiel, verward, geprikkeld of erg opgewonden bent.
Maligne neurolepticasyndroom: als u stijve spieren, een hoge lichaamstemperatuur heeft, verward bent en andere aanverwante symptomen heeft.
SIADH: als u zich moe, zwak of verward voelt en pijnlijke, stijve spieren heeft of spieren die u niet onder controle kunt houden.
Ernstige huidreacties zoals ernstige huiduitslag of roodheid, waaronder huiduitslag die begint op de ledematen, vaak aan beide zijden van het lichaam, en evolueert tot concentrische cirkels die op een schietschijf lijken (erythema multiforme), een verspreide huiduitslag met blaren en loslating van de huid, vooral rond de mond, neus, ogen en geslachtsorganen (stevens-johnsonsyndroom), uitgebreide loslating van de huid (meer dan 30% van het lichaamsoppervlak – toxische epidermale necrolyse). De frequentie van die bijwerkingen in niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden geschat).
Stop het gebruik van Fluvoxamine EG en raadpleeg meteen uw arts.
Als er ongebruikelijke blauwe plekken of purperen vlekken op uw huid verschijnen of als u bloed braakt of als er bloed in uw stoelgang is, raadpleeg dan uw arts om advies.
Wanneer fluvoxamine (met name abrupt) wordt stopgezet, leidt dit doorgaans tot ontwenningsverschijnselen (zie rubriek 3 – ontwenningsverschijnselen).
Soms voelen patiënten zich een beetje ziek als Fluvoxamine EG begint te werken. Hoewel het zieke gevoel onaangenaam is, zou het snel moeten voorbij zijn als u uw tabletten volgens het voorschrift blijft innemen. Dit kan een paar weken duren.
Bijwerkingen die specifiek verband houden met Fluvoxamine EG
Vaak (kan tot 1 op 10 mensen treffen)
opgewondenheid
angst
constipatie
diarree
slaapproblemen
duizeligheid
droge mond
snellere hartslag
suf gevoel (lethargie)
gevoel van onwel zijn (malaise)
hoofdpijn
spijsverteringsproblemen
verminderde eetlust
zenuwachtigheid
maagpijn
zweten
beven
spierzwakte (asthenie)
braken
Soms (kan tot 1 op 100 mensen treffen)
allergische huidreacties (waaronder opgezwollen gezicht, lippen of tong, uitslag of jeuk)
verwardheid
vertraagde zaadlozing
duizeligheid wanneer men te snel rechtop gaat staan
hallucinaties
gebrek aan coördinatie
spier- of gewrichtspijn
agressie
Zelden (kan tot 1 op 1.000 mensen treffen)
epileptische aanvallen
leverklachten
manie (een gevoel van verrukking of euforie)
gevoeligheid voor zonlicht
onverwachte melkstuwing
Niet bekend (frequentie kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
acathisie (rusteloosheid)
abnormale smaak
anorgasmie (het niet bereiken van een orgasme)
voor vrouwelijke patiënten: stoornissen met de menstruatie (maandelijkse bloeding)
zware vaginale bloedingen kort na de geboorte (postpartumbloeding), zie "Zwangerschap" in rubriek 2 voor meer informatie
mictiestoornissen (zoals overdag en/of 's nachts vaak moeten plassen, plotseling overdag en/of 's nachts geen controle meer hebben over het plassen, of niet kunnen plassen)
paresthesie (tintelingen of doof gevoel)
glaucoom (verhoogde druk in het oog)
verwijde pupillen
toename van het hormoon prolactine (een hormoon dat de melkproductie steunt bij een moeder die borstvoeding geeft)
gewichtsveranderingen
Bij patiënten die dit soort geneesmiddel innemen, is een groter risico op botfracturen waargenomen.
Wanneer mag u Fluvoxamine EG niet innemen?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
U neemt geneesmiddelen die monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) worden genoemd en die soms worden voorgeschreven om depressie of angst te behandelen, waaronder linezolide (een antibioticum dat ook een MAO-remmer is).
Behandeling met fluvoxamine mag pas minstens 2 weken na stopzetting van een irreversibele MAO-remmer worden gestart. Behandeling met fluvoxamine na stopzetting van bepaalde reversibele MAO-remmers kan echter de volgende dag worden gestart. In uitzonderlijke gevallen kan linezolide (een antibioticum/MAO-remmer) worden gebruikt in combinatie met fluvoxamine, mits de arts u nauwlettend kan opvolgen.
Uw arts zal u zeggen hoe u Fluvoxamine EG moet beginnen innemen, zodra u de inname van de MAO-remmer heeft stopgezet.
U neemt tizanidine in, een geneesmiddel dat dikwijls als spierontspannend middel wordt gebruikt.
U pimozide gebruikt, een neurolepticum dat wordt gebruikt voor de behandeling van schizofrenie en andere psychiatrische aandoeningen.
U geeft borstvoeding.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Epidemiologische gegevens suggereerden dat het gebruik van SSRI's in geval van zwangerschap, vooral op het einde van de zwangerschap, het risico op persisterende pulmonale hypertensie bij de neonaat (PPHN) kan verhogen. Het waargenomen risico betrof ongeveer 5 gevallen op 1.000 zwangerschappen. In de algemene populatie komen 1 tot 2 gevallen van PPHN op 1.000 zwangerschappen voor. Bij dieronderzoek naar de reproductietoxiciteit werd een verhoogde incidentie waargenomen van embryotoxiciteit (overlijden van het embryo / de foetus, oogafwijkingen bij de foetus) ten gevolge van de behandeling. De relevantie voor de mens is niet bekend. De veiligheidsmarge voor reproductietoxiciteit is niet bekend (zie rubriek 5.3). Fluvoxamine mag niet tijdens de zwangerschap worden gebruikt, tenzij de klinische toestand van de vrouw de behandeling met fluvoxamine noodzakelijk maakt. Observationele gegevens wijzen op een verhoogd risico (minder dan factor 2) op postpartumbloeding na blootstelling aan SSRI's in de maand voorafgaand aan de geboorte (zie rubriek 4.4, 4.8). Er werden geïsoleerde gevallen gemeld van ontwenningsverschijnselen bij nieuwgeborenen na het gebruik van fluvoxamine op het einde van de zwangerschap. Sommige pasgeborenen hebben problemen bij de voeding en/of ademhaling, vertonen epileptische aanvallen, een onstabiele temperatuur, hypoglykemie, tremor, een abnormale spiertonus, nervositeit, cyanose, prikkelbaarheid, lethargie, slaperigheid, braken, slaapproblemen en huilen constant wanneer ze tijdens het derde trimester aan SSRI's waren blootgesteld en moeten mogelijk langer in het ziekenhuis blijven. Borstvoeding Fluvoxamine wordt in kleine hoeveelheden uitgescheiden in de moedermelk. Daarom mag fluvoxamine niet gebruikt worden door vrouwen die borstvoeding geven. Vruchtbaarheid Uit dieronderzoek naar de reproductietoxiciteit is gebleken dat fluvoxamine tot een verminderde vruchtbaarheid van mannetjes en vrouwtjes leidt. De veiligheidsmarge voor dit effect is niet vastgelegd. De relevantie van deze bevindingen voor de mens is niet bekend (zie rubriek 5.3). Gegevens bij dieren hebben aangetoond dat fluvoxamine de kwaliteit van het sperma kan aantasten (zie rubriek 5.3). Gevallen gerapporteerd bij mensen die bepaalde SSRI's gebruikten, hebben aangetoond dat een effect op de kwaliteit van het sperma omkeerbaar is. Een impact op de vruchtbaarheid bij de mens werd tot nog toe niet waargenomen. Fluvoxamine mag niet worden gebruikt bij patiënten die een kind trachten te verwekken, tenzij de klinische toestand van de patiënt de behandeling met fluvoxamine noodzakelijk maakt.
Depressie
Obsessieve-compulsieve stoornissen
Toedieningswijze
| CNK | 3111424 |
|---|---|
| Organisaties | Eurogenerics (EG) Generics & Consumer |
| Merken | Eurogenerics (EG) |
| Breedte | 50 mm |
| Lengte | 115 mm |
| Diepte | 80 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 100 |
| Actieve ingrediënten | fluvoxamine maleaat |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |